Internetconsultatie wetsvoorstel maatregelen verbetering arbeidsmarkt

De minister van Sociale Zaken heeft de internetconsultatie geopend voor een wetsvoorstel met maatregelen ter verbetering van de arbeidsmarkt. De Wet arbeidsmarkt in balans (WAB) bevat de volgende maatregelen.

  • Ontslag wordt mogelijk op basis van een optelsom van redenen. Deze cumulatiegrond biedt de rechter de mogelijkheid om meerdere ontslaggronden te combineren, wanneer deze gronden ieder voor zich onvoldoende zijn voor ontslag. De kantonrechter kan de transitievergoeding bij gebruik van de cumulatiegrond met maximaal 50% verhogen.
  • Werknemers krijgen vanaf de eerste dag van de arbeidsovereenkomst recht op een transitievergoeding bij ontslag.
  • De transitievergoeding wordt verlaagd bij lange dienstverbanden. Voor ieder jaar dat de arbeidsovereenkomst heeft geduurd is de vergoeding een derde van het maandloon.
  • Het UWV compenseert werkgevers voor de transitievergoeding bij ontslag van arbeidsongeschikte werknemers na de periode van loondoorbetaling. 
  • Er komt een regeling voor kleine werkgevers om de transitievergoeding te compenseren als ze hun bedrijf moeten beëindigen wegens pensionering of ziekte. 
  • De proeftijd voor vaste contracten wordt verlengd van twee naar vijf maanden.
  • De ketenbepaling voor opeenvolgende tijdelijke contracten wordt verruimd naar drie contracten in drie jaar.
  • In de cao kan worden geregeld dat de keten wordt verbroken na drie in plaats van na zes maanden, als het gaat om terugkerend tijdelijk werk dat maximaal negen maanden per jaar kan worden gedaan.
  • Er komt een uitzondering op de ketenregeling voor invalkrachten in het primair onderwijs die invallen wegens ziekte.
  • Werknemers op payrollbasis krijgen dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die in dienst zijn bij de opdrachtgever. Dat geldt niet voor de pensioenregeling. De definitie van de uitzendovereenkomst wordt niet gewijzigd.
  • Oproepkrachten moeten minstens vier dagen van tevoren worden opgeroepen door de werkgever. De oproepkrachten hebben recht op loon als het werk wordt afgezegd. De termijn van vier dagen kan in de cao worden verkort tot een dag.
  • De WW-premie voor werknemers met een vaste baan wordt lager dan voor werknemer met een tijdelijk contract.

Op https://www.internetconsultatie.nl/arbeidsmarkt_in_balans kunnen belangstellenden tot 7 mei 2008 hun reactie op het conceptwetsvoorstel geven.

Beleidsbesluit gevolgen huwelijksgoederengemeenschap

De staatssecretaris van Financiën heeft bij de behandeling van het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2018 in de Eerste Kamer toegezegd om in een beleidsbesluit te bevestigen dat het aangaan van een huwelijk of het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden niet leidt tot heffing van schenkbelasting. Die toezegging is de staatssecretaris nu nagekomen door de aanpassing van een besluit uit 2010.

Een huwelijksgoederengemeenschap kan op verschillende manieren ontstaan. Als echtgenoten trouwen zonder huwelijkse voorwaarden te maken, ontstaat van rechtswege een gemeenschap van goederen. Tot 1 januari 2018 was dit een algehele gemeenschap van goederen. Met ingang van 1 januari 2018 is de wettelijke gemeenschap beperkt en behoort het voorhuwelijkse vermogen van de echtgenoten daar niet toe. Echtgenoten kunnen ook een gemeenschap van goederen laten ontstaan door het opstellen van huwelijkse voorwaarden. Dit kan zowel voor als tijdens het huwelijk. Ook kan een bestaande gemeenschap van goederen tijdens het huwelijk worden gewijzigd door huwelijkse voorwaarden op te stellen of te wijzigen.

Voor de Successiewet is het aangaan van het huwelijk zonder opstellen van huwelijkse voorwaarden geen schenking. Trouwen onder huwelijkse voorwaarden of het tijdens het huwelijk opstellen of wijzigen van huwelijkse voorwaarden kan onder omstandigheden wel een schenking inhouden. In het besluit worden enkele situaties genoemd waarin geen sprake is van een schenking.

  1. Wijziging tijdens het huwelijk van huwelijkse voorwaarden waardoor een wettelijke gemeenschap van goederen ontstaat, houdt geen schenking in.
  2. Het opstellen van huwelijkse voorwaarden, waarbij een algehele gemeenschap van goederen ontstaat, hetzij voor het huwelijk hetzij tijdens het huwelijk, houdt geen schenking in.
  3. Echtgenoten kunnen in hun huwelijkse voorwaarden regelen dat ze bij echtscheiding en/of overlijden hun vermogens verrekenen alsof er sprake is van een gemeenschap van goederen. Economisch ontstaat door een dergelijk finaal verrekenbeding dezelfde situatie als bij het aangaan van een gemeenschap van goederen. De staatssecretaris keurt goed dat bij een finaal verrekenbeding geen sprake is van een schenking wanneer in de huwelijkse voorwaarden iedere gemeenschap is uitgesloten. De goedkeuring geldt ook als echtgenoten tijdens het huwelijk alsnog een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding opnemen in hun huwelijkse voorwaarden.

Als samenwoners gezamenlijk een woning hebben gekocht en vervolgens trouwen zonder huwelijkse voorwaarden omvat de gemeenschap de woning en de daarop betrekking hebbende schulden. Bij ontbinding van het huwelijk is dan ieder gerechtigd tot de helft van de woning minus de daarop betrekking hebbende schulden. Daartoe behoort een onderlinge schuld wanneer een van beiden bij de aanschaf meer eigen vermogen heeft ingelegd.
De staatssecretaris keurt goed dat deze onderlinge schuld buiten de gemeenschap van goederen kan blijven zonder dat sprake is van een schenking. Dat moet in huwelijkse voorwaarden worden geregeld. Aan de goedkeuring zijn vier voorwaarden verbonden:

  • De echtgenoten nemen in de huwelijkse voorwaarden op dat een wettelijke gemeenschap van goederen wordt aangegaan waarin beiden voor gelijke delen gerechtigd zijn.
  • Het gaat om een onderlinge schuld die is ontstaan bij de gezamenlijke aanschaf van de eigen woning en die zonder nadere afspraak tot de wettelijke gemeenschap van goederen zou behoren.
  • In de huwelijkse voorwaarden, waarbij een wettelijke gemeenschap is aangegaan, is alleen met betrekking tot deze schuld afgeweken van het wettelijke huwelijksgoederenregime.
  • De schuld heeft betrekking op de aanschaf van een eigen woning als bedoeld in de Wet IB 2001.

Herinvesteringsreserve en emigratie

De Wet IB 2001 bevat een bepaling die tot gevolg heeft dat bij het overbrengen van vermogensbestanddelen van een in Nederland gedreven onderneming naar het buitenland belasting wordt geheven over de meerwaarde wanneer de ondernemer niet langer binnenlands belastingplichtig is. De wet bevat verder een eindafrekeningsbepaling. Op grond van deze bepaling worden niet eerder in aanmerking genomen voordelen uit onderneming gerekend tot de winst over het kalenderjaar waarin een ondernemer ophoudt in Nederland winst uit de onderneming te genieten.

De vraag in een procedure was of een van deze bepalingen tot gevolg heeft dat een door een ondernemer gevormde herinvesteringsreserve bij zijn emigratie moet vrijvallen. Hof Arnhem-Leeuwarden was van oordeel dat de eerste bepaling niet van toepassing is omdat een herinvesteringsreserve geen vermogensbestanddeel is dat naar het buitenland kan worden verplaatst of kan worden vervreemd. Ook de eindafrekeningsbepaling had volgens het hof niet tot gevolg dat over de herinvesteringsreserve inkomstenbelasting moest worden betaald. De ondernemer had ook na zijn emigratie nog ondernemingsvermogen in Nederland. Daarom is hij in het jaar van emigratie niet opgehouden in Nederland uit de onderneming winst te genieten.

De Hoge Raad is van mening dat het hof terecht heeft geoordeeld dat een herinvesteringsreserve geen bestanddeel van het vermogen van een onderneming is. Volgens de Hoge Raad vloeit uit het feit dat de ondernemer op de balans per 31 december van het jaar van emigratie nog steeds een herinvesteringsreserve aanhield voort dat de ondernemer in dat jaar niet is opgehouden in Nederland winst uit onderneming te genieten. Daarom werd aan eindafrekening niet toegekomen.