Schade werknemer gevolg van arbeidsongeval

De werkgever is in beginsel aansprakelijk voor schade die de werknemer tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden oploopt. Dat geldt ook voor de schade die het gevolg is van een ongeval. De werknemer die vergoeding van de door hem geleden schade vordert, zal moeten stellen en zo nodig bewijzen dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden. De werknemer hoeft echter niet aan te tonen wat de toedracht of de oorzaak is geweest van het ongeval. Wel moet hij de omvang van de geleden schade stellen en bewijzen. De werkgever is niet aansprakelijk voor de schade van de werknemer als hij kan aantonen dat hij zijn zorgverplichting is nagekomen.

Hof Den Haag oordeelde in een voorkomend geval dat voldoende aannemelijk was geworden dat een werknemer tijdens zijn werk een ongeval was overkomen waardoor hij schade had geleden. Niemand had het ongeval horen of zien gebeuren. De werknemer had geen zichtbaar letsel en is na een bezoek aan het ziekenhuis de volgende dag weer komen werken. De leidinggevende van de werknemer bevestigde dat de werknemer hem had gemeld dat hij tijdens sloopwerkzaamheden zijn pols had bezeerd omdat er iets op was gevallen. De leidinggevende bevestigde eveneens dat de werknemer naar de spoedeisende hulp van het ziekenhuis was gegaan. Dat bleek ook uit een rapportage van het ziekenhuis.
De werkgever had volgens het hof niet aan zijn zorgplicht voldaan door geen specifieke werkinstructie te geven voor de te verrichten sloopwerkzaamheden. Het hof wees erop dat een werkgever rekening moet houden met het ervaringsfeit van mogelijke onoplettendheid van een werknemer bij de uitoefening van zijn werkzaamheden. Aan het voorschrift van het Arbobesluit dat plaatsen waar door de aard van het werk gevaar is voor vallende voorwerpen gemarkeerd moeten worden was niet voldaan. Ook aan het voorschrift dat het gevaar om te worden geraakt door voorwerpen moet worden voorkomen was niet voldaan.

Klok van uurwerkhersteller is reclame-uiting

De Gemeentewet staat toe dat gemeenten reclamebelasting heffen. Dat is een belasting ter zake van openbare aankondigingen die zichtbaar zijn vanaf de openbare weg. Een openbare aankondiging is een tot het publiek gerichte mededeling, die erop is gericht de belangstelling van het publiek te trekken voor hetgeen wordt aangekondigd. Het begrip openbare aankondiging omvat elke tot het publiek gerichte mededeling van commerciële of ideële aard waarmee de aandacht wordt getrokken voor een dienst, een product of een boodschap.

Een klok, die is bevestigd aan de gevel van de werkplaats van een uurwerkhersteller, is een dergelijke tot het publiek gerichte mededeling. De klok moet de aandacht vestigen op de dienstverlening van de uurwerkhersteller. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de gemeente terecht reclamebelasting geheven. De vorm van de klok paste bij de bouwstijl van de werkplaats en was in dezelfde kleur geschilderd als de kozijnen en de deur van de werkplaats. De rechtbank vond met name de duidelijk kenbare visuele samenhang tussen de klok en de werkplaats van belang.

Vernieuwing rulingpraktijk

De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer de vernieuwde rulingpraktijk uiteengezet. De vernieuwing omvat de volgende maatregelen.

  • De Belastingdienst publiceert van elke afgegeven internationale ruling een geanonimiseerde samenvatting.
  • De Belastingdienst publiceert in een jaarverslag alle rulings met een internationaal karakter.
  • Alle rulings met een internationaal karakter worden periodiek onderzocht door onafhankelijke experts.
  • In het jaarverslag zal worden ingegaan op belangrijke vragen die dat jaar in de uitvoering zijn beantwoord zodat deze breed bekend worden gemaakt.
  • De afgifte van rulings met een internationaal karakter wordt binnen de Belastingdienst centraal gecoördineerd. Er komt een apart College Internationale Fiscale Zekerheid dat de vereiste tweede handtekening zet onder af te geven rulings.
  • Er komt een strengere norm waaraan belastingplichtigen moeten voldoen om een ruling met internationaal karakter te krijgen. De huidige substance-eisen worden vervangen door het vereiste van reële bedrijfseconomische operationele activiteiten in Nederland.
  • De Belastingdienst gaat meer letten op het doel van de structuur waarvoor een ruling wordt gevraagd. Er wordt geen ruling afgegeven als het doorslaggevende motief belastingbesparing is.
  • Rulings met een internationaal karakter worden afgegeven voor maximaal vijf jaar. Alleen in uitzonderlijke gevallen kan de looptijd worden verlengd tot maximaal tien jaar.
  • Er komt een vaste vormgeving voor alle rulings met een internationaal karakter.
  • De Belastingdienst geeft in de toekomst geen rulings af over transacties met entiteiten in landen die op de EU-lijst van niet-coöperatieve rechtsgebieden staan of die kwalificeren als laagbelastend land.

De staatssecretaris wil deze wijzigingen per 1 juli 2019 doorvoeren en in laten gaan.