Wetsvoorstel uitfasering aftrek geen of geringe eigenwoningschuld aangenomen

De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel, waarmee de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld in 30 jaar wordt uitgefaseerd, aangenomen. De aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld houdt in, dat er per saldo geen bijtelling bij het inkomen in box 1 plaatsvindt wanneer het eigenwoningforfait hoger is dan de aftrekbare, betaalde rente op de eigenwoningschuld. Voorafgaand aan de stemming zijn door diverse Kamerleden opmerkingen gemaakt over het tempo waarin het wetsvoorstel moest worden behandeld.

De Kamer heeft een motie die betrekking heeft op dit wetsvoorstel aangenomen. In deze motie wordt het kabinet opgeroepen om bij de voor het jaar 2020 voorziene evaluatie van de fiscale regelingen omtrent de eigen woning aandacht te besteden aan mogelijke andere vormen van fiscale behandeling, zoals het onderbrengen van de eigen woning in box 3 in plaats van in box 1.

Premiepercentages 2018

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft de premiepercentages voor 2018 vastgesteld. Het betreft de premies voor de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene nabestaandenwet (Anw), de sectorfondsen, het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWf), het Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo), het Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) en de opslag op de basispremie Aof voor de kinderopvangtoeslag. Daarnaast heeft de minister het maximumpremieloon vastgesteld voor de heffing van de premies werknemersverzekeringen. Tot slot heeft hij de loongrens voor indeling in de sector grootwinkelbedrijf geïndexeerd.

Omschrijving 2018 2017
Premie AOW 17,90% 17,90%
Premie Anw 0,10% 0,10%
Sectorfondsen, gemiddelde premie 1,37% 1,36%
Premie Algemeen werkloosheidsfonds (Awf) 2,85% 2,64%
Premie Uitvoeringsfonds voor de overheid (Ufo) 0,78% 0,78%
Premie Arbeidsongeschiktheidsfonds (Aof) 6,27% 6,16%
Opslag kinderopvangtoeslag 0,50% 0,50%
Maximum premieloon per jaar € 54.614 € 53.701
Loongrens indeling sector Grootwinkelbedrijf € 6.156.392 € 6.026.424

Het maximumpremieloon bedraagt in 2018 € 13.653,50 per kwartaal en € 4.551,16 per maand. Bij de berekening is uitgegaan van 260 dagen per kalenderjaar. Voor een werknemer die recht heeft op vakantiebonnen, vakantietoeslagbonnen of daarmee overeenkomende aanspraken gelden afwijkende bedragen.

Bpm bij huur buitenlandse auto

Voor het gebruik van de weg in Nederland met een auto door een inwoner van Nederland is in beginsel bpm verschuldigd. Dat geldt ook als de auto is voorzien van een buitenlands kenteken of als de auto in het buitenland is gehuurd. Wel moet bij huur rekening gehouden worden met de duur van de huurovereenkomst of met de duur van het gebruik van het Nederlandse wegennet. De wettelijke regeling voorziet daarin, aangezien de belasting direct wordt verminderd met de aan het einde van de huurperiode te verlenen teruggaaf. Feitelijk wordt daardoor niet meer aan belasting geheven dan overeenstemt met de duur van de huurovereenkomst.

Volgens rechtspraak van het Hof van Justitie EU is het de lidstaten toegestaan een registratiebelasting zoals de bpm te heffen ter zake van het gebruik van de weg door ingezetenen met een voertuig dat in een andere lidstaat is geregistreerd en dat voor een periode van enkele maanden van een in een andere lidstaat gevestigde dienstverrichter is gehuurd. Wel moet er voor een dergelijke heffing een dwingende reden van algemeen belang zijn en moet het evenredigheidsbeginsel geëerbiedigd worden. Het milieu is een erkende dwingende reden van algemeen belang. Een belasting, zoals de bpm, die (mede) afhangt van de CO2-uitstoot van een voertuig is een geschikt middel om de doelstelling van milieubescherming te verwezenlijken.