Internetconsultatie regelgeving crowdfunding

Crowdfunding is een financieringsvorm in opkomst. De geldvrager gaat bij deze vorm niet naar de bank om zijn financiering te regelen, maar vraagt het publiek om (een deel van) de financiering. Deze vorm van publieksfinanciering komt vaak tot stand door de tussenkomst van een internetplatform, dat optreedt als bemiddelaar tussen geldgevers en geldvrager. Een dergelijk platform valt alleen onder toezicht van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) als bij de financiering effecten, zoals aandelen of obligaties, worden uitgegeven. Gaat het om onderhandse leningen dan valt het platform niet onder AFM-toezicht. Crowdfunding bestaat voor 90% uit onderhandse leningen. De overige 10% betreft crowdfunding in effecten. Op dit moment zijn ruim 50 platformen actief, waarvan de grootste tien 90% van de markt in handen hebben.

Vooruitlopend op regelgeving voor crowdfunding via onderhandse leningen heeft de minister van Financiën een internetconsultatie geopend. De minister roept met name partijen als de grote crowdfundingplatformen en advocatenkantoren op om hun visie te geven. De consultatie staat open tot en met 26 november 2017 en is te vinden op www.internetconsultaties.nl/crowdfunding. Na afloop van de consultatietermijn zal een verslag worden opgesteld, waarin mogelijke vervolgstappen zullen worden vermeld.

Compensatieregeling zwangere zelfstandigen

Naar aanleiding van een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 27 juli heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten een compensatieregeling te treffen. De regeling is bedoeld voor vrouwelijke zelfstandigen die zijn bevallen tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008. De compensatieregeling zal worden opgenomen in een ministeriële regeling.

Op hoofdlijnen ziet deze er als volgt uit. Vrouwelijke zelfstandigen, beroepsbeoefenaren en meewerkende echtgenoten hebben recht op compensatie als ze zijn bevallen tussen 7 mei 2005 en 4 juni 2008. De compensatie moet binnen drie maanden na publicatie van de regeling worden aangevraagd bij het UWV. De hoogte van de compensatie bedraagt 90% van het wettelijk minimumloon 2017 per dag inclusief vakantiebijslag en wordt berekend over 80 dagen. Dat komt neer op een bedrag van ongeveer € 5.600.

Concurrentiebeding blijft overeind bij opzegging in proeftijd

Een concurrentiebeding beperkt een werknemer in zijn mogelijkheden om na het einde van zijn dienstbetrekking elders werkzaam te zijn. Om die reden is een dergelijk beperkend beding alleen geldig als de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan en het beding schriftelijk is overeengekomen met een meerderjarige werknemer.

Een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd bevatte een proeftijd van twee maanden. Daarnaast bevatte de arbeidsovereenkomst een concurrentiebeding. Het concurrentiebeding verbood de werknemer om binnen één jaar na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst bij een concurrent van de werkgever te werken, op straffe van een boete. Binnen de proeftijd werd de arbeidsovereenkomst door de werknemer opgezegd. De werkgever deelde de werknemer mee, dat het concurrentiebeding ook na opzegging tijdens de proeftijd zou gelden. De werknemer trad aansluitend in dienst bij een concurrent van de werkgever. De werknemer verzocht in kort geding om opheffing van het concurrentiebeding. De rechter kende dat verzoek niet toe, maar beperkte het concurrentiebeding wel tot een periode van drie maanden, gelet op de korte duur van de arbeidsovereenkomst. De rechter maakt duidelijk dat het concurrentiebeding voldeed aan de daaraan gestelde eisen en dus geldig was. Opzegging van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd heeft geen gevolgen voor de geldigheid van het beding.