Prinsjesdag 2017

Het gebruikelijke jaarlijkse pakket fiscale maatregelen dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd, is dit jaar vanwege de demissionaire status van het kabinet magerder dan ooit. Toch bestaat het Belastingplan uit vier wetsvoorstellen. Naast het eigenlijke Belastingplan en het wetsvoorstel Overige Fiscale Maatregelen (OFM) zijn dat een wetsvoorstel ter afschaffing van de landbouwregeling in de btw en een wetsvoorstel dat houdstercoöperaties inhoudingsplichtig maakt voor de dividendbelasting. Het Belastingplan 2018 bevat de maatregelen die per 1 januari 2018 effect hebben op de koopkracht. Het wetsvoorstel OFM 2018 bevat maatregelen die geen budgettaire gevolgen hebben. Veel van de daarin opgenomen maatregelen zijn een reactie op jurisprudentie, gericht op de bestrijding van misbruik of een gevolg van Europese regelgeving.

N.B. Het gaat om wetsvoorstellen, die nog door de Tweede en Eerste Kamer behandeld moeten worden. De verwachting is dat het nieuwe kabinet door het aanbrengen van wijzigingen zijn stempel zal willen drukken op de voorgestelde maatregelen.

De belangrijkste aangekondigde veranderingen zijn de volgende.

Tarieven inkomstenbelasting
De tarieven in box 1 van de inkomstenbelasting wijzigen nauwelijks. Het tarief in de tweede en derde schijf gaat met 0,05% omhoog naar 40,85%. Voor mensen boven de AOW-leeftijd gaat het tarief in de tweede schijf naar 22,95%. Het tarief in de vierde schijf daalt met 0,05% naar 51,95%. Omdat de derde schijf wordt verlengd, is het tarief in de vierde schijf pas bij een inkomen vanaf € 68.507 van toepassing.

Ook de heffingskortingen worden slechts beperkt veranderd. Het maximum van de algemene heffingskorting gaat van € 2.254 naar € 2.265 in 2018. De arbeidskorting gaat iets omhoog naar maximaal € 3.249. Het hoge bedrag van de ouderenkorting gaat van € 1.292 naar € 1.418. De alleenstaande ouderenkorting gaat iets omlaag naar € 423.

Afschaffing inkeerregeling
Zoals al eerder was aangekondigd wil het kabinet de inkeerregeling afschaffen. De inkeerregeling houdt in dat mensen, die vermogen of inkomen hebben verzwegen, dat binnen twee jaar alsnog kunnen aangeven zonder dat de Belastingdienst een vergrijpboete oplegt. Die mogelijkheid om boetevrij in te keren wordt afgeschaft.

Afschaffen landbouwvrijstelling btw
In de Miljoenennota van vorig jaar is de afschaffing van de landbouwregeling in de btw al aangekondigd. Nu is het zo ver en ligt er een wetsvoorstel ter afschaffing van de regeling per 1 januari 2018. Dit heeft tot gevolg dat landbouwers vanaf 1 januari 2018 over hun prestaties btw moeten voldoen en btw over de aan hen verrichte prestaties kunnen terugvragen.

Vermogensverschuiving via huwelijkse voorwaarden
Per 1 januari 2018 verandert het huwelijksvermogensrecht. Standaard ontstaat dan bij huwelijk een beperkte gemeenschap van goederen. Momenteel is het uitgangspunt een volledige gemeenschap van goederen, waarin iedere echtgenoot voor de helft gerechtigd is. Via het maken van huwelijkse voorwaarden kunnen echtgenoten kiezen voor een andere verdeling. Wanneer zij door het aangaan of wijzigen van huwelijkse voorwaarden een andere verdeling van de gemeenschap afspreken of kiezen voor een andere gemeenschap kan het zijn dat daarbij schenk- of erfbelasting verschuldigd wordt. Echtgenoten kunnen hun vermogens in ieder geval zonder gevolgen voor de schenk- en erfbelasting samenvoegen in de huwelijksgemeenschap tot een verdeling van 50% voor iedere echtgenoot. Schenkbelasting is verschuldigd indien het aandeel van de echtgenoot met het minste vermogen hoger wordt dan 50% of indien het aandeel van de echtgenoot met het meeste vermogen in het totale vermogen toeneemt. Het meerdere boven 50% respectievelijk de toename van het belang wordt dan aangemerkt als schenking.

Het voorstel geldt ook voor ongehuwd samenwonenden met een notarieel samenlevingscontract.

Laag tarief btw geneesmiddelen
Het verlaagde tarief in de btw is van toepassing op geneesmiddelen. Door een arrest van de Hoge Raad is duidelijk geworden dat de wettekst te ruim is. Volgens het arrest vallen ook fluoride tandpasta en zonnebrandcrème onder het lage tarief. Dat is niet de bedoeling. Daarom wordt de definitie van geneesmiddel voor de btw aangepast. Het lage tarief geldt dan alleen nog voor producten, die na goedkeuring van de bevoegde autoriteiten als geneesmiddel in de handel mogen worden gebracht. Bepalend is of een handelsvergunning is afgegeven.

Teruggave overdrachtsbelasting

Bij de levering van onroerende zaken moet overdrachtsbelasting worden betaald. Op verzoek kan een teruggaaf van betaalde overdrachtsbelasting worden verleend, wanneer door de werking van een ontbindende voorwaarde de oude situatie zowel juridisch als feitelijk wordt hersteld.

Een akte van levering bevatte een ontbindende voorwaarde. In de akte was verder opgenomen, dat de koper een bedrag per maand zou betalen aan de verkoper als voorschot op de koopsom. Dat vooruitbetaalde bedrag zou niet worden terugbetaald als de ontbindende voorwaarde zich zou voordoen. Als de ontbindende voorwaarde zich niet zou voordoen, zou het vooruitbetaalde bedrag worden verrekend met de verschuldigde koopsom. Door het intreden van de ontbindende voorwaarde is de eigendom van de onroerende zaak weer bij de verkoper komen te berusten. De inspecteur weigerde de teruggaaf van overdrachtsbelasting omdat niet het vereiste volledige herstel van de oude toestand was ingetreden.

Hof Arnhem-Leeuwarden is van oordeel dat de inspecteur het verzoek om teruggaaf had moeten honoreren. Volgens het hof is de toestand van voor de levering zowel feitelijk als juridisch hersteld door de vervulling van de ontbindende voorwaarde. De betaling van een bedrag per maand voor het geval de ontbindende voorwaarde zou intreden maakte volgens het hof geen deel uit van de tegenprestatie voor de levering, omdat deze betaling alleen verschuldigd was als de ontbindende voorwaarde zich voordeed.

Beleidsbesluit hybride geldverstrekkingen

De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit met beleid voor de behandeling van hybride geldverstrekkingen in de vennootschaps- en dividendbelasting gepubliceerd. In beginsel wordt het verschil tussen eigen en vreemd vermogen bepaald door de civielrechtelijke vorm. Soms is de civielrechtelijke vorm van een geldverstrekking niet duidelijk omdat de verstrekking kenmerken van beide vormen bevat. Uitgangspunt is dat het bestaan van een terugbetalingsverplichting een wezenlijk kenmerk is van een lening. Een dergelijke verplichting heeft voorrang op de aanspraken van aandeelhouders.

Kapitaal
Geld dat niet voor een bepaalde looptijd maar permanent ter beschikking wordt gesteld is geen lening wanneer de geldverstrekker bij faillissement of ontbinding van de vennootschap geen nominaal recht heeft op aflossing, maar meedeelt met de aandeelhouders in de liquidatie-uitkering. De geldverstrekker deelt dan op gelijke wijze als aandeelhouders in de verliezen van de vennootschap. Dat heeft tot gevolg dat de vergoeding op dergelijke geldverstrekkingen voor de vennootschap niet aftrekbaar is van de winst. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat een als kapitaal aangemerkte permanente geldverstrekking op verzoek onder de deelnemingsvrijstelling kan worden gebracht. Over de vergoeding die wordt betaald op als kapitaal aangemerkte permanente geldverstrekkingen hoeft geen dividendbelasting ingehouden te worden, omdat deze geldverstrekkingen niet vallen onder de in de wet aangewezen kapitaalsvormen.

Lening
Een geldverstrekking met vaste looptijd, die schuldaansprakelijk is bij faillissement of ontbinding, heeft volgens het besluit wel de terugbetalingsverplichting die kenmerkend is voor een lening. Het recht op aflossing na bepaalde tijd is daarvoor doorslaggevend. De daarnaast bestaande schuldaansprakelijkheid doet daar niet aan af. Wanneer de looptijd zodanig lang is dat de geldverstrekking als kapitaal wordt aangemerkt, zoals bij de deelnemerschapslening, kan dat anders zijn. Een deelnemerschapslening is een lening met een vaste looptijd van meer dan 50 jaar, die is achtergesteld bij alle crediteuren en waarvan de vergoeding winstafhankelijk is.

Er is een wettelijke regeling voor de samenloop van de deelnemerschapslening en de deelnemingsvrijstelling en de dividendbelasting. Onder bepaalde voorwaarden geldt de deelnemingsvrijstelling voor de geldverstrekker en is over de opbrengst dividendbelasting verschuldigd.