Geleidelijke afbouw verrekening algemene heffingskorting

Belastingplichtigen hebben recht op de algemene heffingskorting in de inkomstenbelasting. Belastingplichtigen zonder inkomen hebben slechts recht op uitbetaling voor zover zij een partner hebben die voldoende inkomen heeft om ook de heffingskorting van de andere partner te kunnen verrekenen met de door hem verschuldigde belasting. Vóór 2008 konden eenverdieners tweemaal de korting genieten. De algemene heffingskorting voor niet-verdienende partners wordt sindsdien geleidelijk afgebouwd naar nul in 2023.

Bij de Hoge Raad ligt een zaak over het verschil in fiscale behandeling tussen een- en tweeverdieners. Tweeverdieners hebben ieder recht op de volledige algemene heffingskorting, eenverdieners niet. De vraag in deze procedure is of de verlaging van de algemene heffingskorting voor de niet-verdienende partner in strijd is met onder meer het recht op het ongestoord genot van eigendom, het verbod op dwangarbeid, de vrijheid van (onder meer) gezinsleven en het discriminatieverbod.
De belanghebbende meent dat haar vrijheid van inrichting van haar gezinsleven wordt beperkt door de negatieve financiële consequenties van de keuze voor een eenverdienersgezin. De inbreuk op het recht op het genot van eigendom zou bestaan uit de vermindering van de huwelijksrechtelijke aanspraken jegens haar man door de niet-overheveling van een deel van haar heffingskorting naar haar man. Het verbod op dwangarbeid zou zijn geschonden doordat de belanghebbende om aanspraak te kunnen maken op de volledige heffingskorting gedwongen wordt om betaalde arbeid te verrichten.

De advocaat-generaal (A-G) is in zijn conclusie van mening dat het beroep in cassatie ongegrond verklaard moet worden. Naar zijn mening kan het onderscheid tussen een- en tweeverdieners gerechtvaardigd worden door legitieme doelen als de bevordering van de arbeidsparticipatie van vrouwen, het lonender maken van werken en de bevordering van de economische onafhankelijkheid van de minstverdienende partner. Het is te verwachten dat de Hoge Raad de conclusie van de A-G zal volgen.

Kamerbrief spoedreparatie fiscale eenheid

De staatssecretaris van Financiën heeft vragen van de vaste commissie voor Financiën van de Eerste Kamer beantwoord over de aangekondigde spoedreparatie met betrekking tot het regime van de fiscale eenheid in de vennootschapsbelasting. De maatregelen zijn aangekondigd naar aanleiding van een conclusie van de advocaat-generaal (A-G) bij het Hof van Justitie EU in een zaak over weigering van de aftrek van rente. Wanneer het Hof van Justitie EU de conclusie overneemt, kan dat de Nederlandse staat € 400 miljoen kosten aan minder belastingopbrengsten. Het is de bedoeling om de reparatie met terugwerkende kracht in te voeren om uitholling van de Nederlandse grondslag te voorkomen. De voorgestelde terugwerkende kracht gaat tot en met het moment van publicatie van het persbericht en de Kamerbrief waarin de maatregelen zijn aangekondigd. Zonder de reparatie met terugwerkende kracht in te voeren zou het mogelijk zijn om in de periode tussen het verschijnen van de conclusie van de A-G en de uitspraak van het Hof van Justitie EU situaties te creëren waarmee een fiscaal voordeel behaald kan worden, zoals het aangaan van leningen, die zonder fiscale eenheid onder de renteaftrekbeperking vallen.

Er zijn alternatieven voor de aangekondigde spoedreparatie denkbaar, maar die kunnen niet met terugwerkende kracht worden ingevoerd omdat zij niet zijn aangekondigd. Binnen afzienbare termijn komt er een toekomstbestendige concernregeling. Over de vormgeving en het moment van invoering van die definitieve oplossing zal overleg met het bedrijfsleven en belangengroeperingen gevoerd worden.

150-kilometercriterium ook bij tussentijdse beoordeling 30%-regeling

De 30%-regeling is een bijzondere regeling voor uit het buitenland afkomstige werknemers die beschikken over op de Nederlandse arbeidsmarkt schaarse deskundigheid. De regeling houdt in dat van de totale bruto beloning 30% als onbelaste vergoeding voor de extra kosten van verblijf buiten het land van herkomst mag worden verstrekt. Op verzoek van werkgever en werknemer geeft de inspecteur een beschikking af waarin de 30%-regeling van toepassing wordt verklaard, mits aan de voorwaarden is voldaan. De 30%-regeling kende in het verleden een looptijd van maximaal tien jaar. In het uitvoeringsbesluit loonbelasting was een bepaling opgenomen op grond waarvan de looptijd van een afgegeven beschikking kon worden verminderd indien de werknemer niet langer de specifieke, op de Nederlandse arbeidsmarkt schaarse deskundigheid bezat. De inspecteur kon na vijf jaar aan de werkgever vragen om aannemelijk te maken dat de werknemer nog steeds aan de voorwaarden voldeed. Deze bepaling gold tot 2011, maar bleef op grond van een overgangsregeling van toepassing indien op 31 december 2011 minder dan vijf jaren van de looptijd van de verleende 30%-beschikking waren verstreken.

Met ingang van 1 januari 2012 is de 30%-regeling alleen van toepassing als de buitenlandse werknemer voor zijn komst naar Nederland op meer dan 150 kilometer van de Nederlandse grens woonde. Deze voorwaarde geldt ook bij de hiervoor beschreven tussentijdse beoordeling van een eerder afgegeven beschikking. Dat betekent dat voortzetting van de 30%-regeling wordt verhinderd bij voor 1 januari 2012 afgegeven beschikkingen in gevallen waarin de werknemer voor zijn komst naar Nederland op minder dan 150 kilometer van de Nederlandse grens woonde, ondanks dat deze voorwaarde bij het afgeven van de beschikking nog niet werd gesteld. Dat blijkt uit een arrest van de Hoge Raad.