Import gebruikte auto

Voor de registratie van een auto in Nederland maakt het uit of de auto nieuw of gebruikt is. Bij de registratie van een gebruikte auto bedraagt de verschuldigde bpm minder doordat rekening wordt gehouden met afschrijving. De Hoge Raad heeft in enkele arresten bepaald dat voor het antwoord op de vraag of een auto nieuw of gebruikt is niet bepalend is dat de auto, voordat deze naar Nederland kwam, in het buitenland op kenteken is gezet. Volgens de Hoge Raad is een auto nieuw als deze na de vervaardiging niet of nauwelijks is gebruikt.

Hof Den Bosch is van oordeel dat een auto, waarmee ten tijde van de registratie in Nederland ruim 3.000 kilometer is gereden, in het algemeen niet meer als nieuw kan worden aangemerkt. Dat kan anders zijn bij een zogenaamde U-bocht constructie, waarbij belastingbesparing de doorslaggevende reden is geweest. De inspecteur voerde aan dat de belanghebbende in de procedure in Nederland een nieuwe auto had gekocht om die vervolgens in het buitenland te laten registreren en daar kilometers heeft laten maken om deze korte tijd later in Nederland als gebruikt te kunnen registreren. De bpm bedroeg volgens de aangifte € 15.067. De inspecteur berekende de verschuldigde bpm op een bedrag van € 24.185. Voor het verschil van € 9.118 heeft hij een naheffingsaanslag opgelegd.

Volgens het hof heeft de inspecteur het oogmerk van belastingbesparing als doorslaggevende reden niet aannemelijk gemaakt. Het enkele feit dat tussen de aankoop en de registratie in Nederland niet meer dan drie weken zijn verstreken, is daarvoor onvoldoende.

Aansprakelijkheid bestuurder stichting

Iedere bestuurder van een rechtspersoon is hoofdelijk aansprakelijk voor de loonheffing die de rechtspersoon verschuldigd is. De aansprakelijkheid geldt niet alleen voor bestuurders van een nv of een bv, maar ook voor bestuurders van een stichting of van een vereniging met rechtspersoonlijkheid. De rechtspersoon moet, zodra duidelijk is dat de loonbelasting niet betaald kan worden, daarvan mededeling doen aan de ontvanger. Als de melding van de betalingsonmacht tijdig is gedaan, is een bestuurder alleen aansprakelijk als het niet betalen van de belasting het gevolg is van kennelijk onbehoorlijk bestuur.

Is door of namens de rechtspersoon geen melding van de betalingsonmacht gedaan of is de melding te laat gedaan, dan is iedere bestuurder aansprakelijk en wordt verondersteld dat de niet betaling te wijten is aan zijn kennelijk onbehoorlijk bestuur. Alleen de bestuurder die aannemelijk weet te maken dat het niet aan hem is te wijten dat de melding van de betalingsonmacht niet of te laat is gedaan, krijgt de mogelijkheid om de veronderstelling te weerleggen.

De bestuurder van een stichting, die geen melding van betalingsonmacht had gedaan, slaagde er niet in aannemelijk te maken dat het niet melden niet aan hem te wijten was. Als bestuurder had hij zich op de hoogte moeten (laten) stellen van het reilen en zeilen van de stichting en van de financiële positie van de stichting. De bestuurder heeft geen gebruik gemaakt van zijn bevoegdheden om zich adequaat te laten informeren. Door zijn nalatigheid was hij niet in staat om de betalingsonmacht bij de ontvanger te (laten) melden.

1 194 195 196