Auto met transportschade is nieuw voor bpm

Bij de registratie in Nederland van een personenauto of motorfiets moet belasting van personenauto’s en motorfietsen (bpm) worden betaald. Dat geldt ook voor de registratie van een uit het buitenland afkomstig gebruikt voertuig. De bpm voor een gebruikt voertuig is lager dan voor een nieuw voertuig. De kwalificatie als nieuw of gebruikt is daarom belangrijk. Een nieuwe personenauto voor de bpm is volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad een auto die niet of nauwelijks is gebruikt.

Een auto zonder gebruikssporen maar met transportschade is volgens Hof Arnhem-Leeuwarden een nieuwe auto. Transportschade is geen gevolg van gebruik en daarom niet van belang voor de kwalificatie van de auto als nieuw of gebruikt. De auto met transportschade had bij registratie slechts 20 kilometer gereden. Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden was de auto na vervaardiging nauwelijks gebruikt. Afschrijving op de bpm in verband met gebruik was niet aan de orde.

Parkeerbelasting verschuldigd bij stilstaan om te bellen

De Gemeentewet staat toe dat gemeenten parkeerbelasting heffen. Het begrip parkeren houdt in het gedurende een aaneengesloten periode laten staan van een voertuig voor een ander doel dan het onmiddellijk in- en uitstappen van personen of het onmiddellijk laden en lossen van zaken.

Volgens Hof Amsterdam betekent dit dat het stilzetten van een auto om een telefoongesprek te voeren op een parkeerplaats onder het begrip parkeren valt. Dat geldt ook als dat telefoongesprek en dus het stil staan van de auto slechts korte tijd heeft geduurd. Het hof begrijpt dat de automobilist, aan wie vanwege het voeren van een telefoongesprek een naheffingsaanslag parkeerbelasting is opgelegd, dit onredelijk vindt. De vraag of het onredelijk is parkeerbelasting te heffen in deze situatie staat niet aan de belastingrechter ter beoordeling.

Beperking duur alimentatie

De Eerste Kamer heeft onlangs een wetsvoorstel aangenomen dat de duur van de partneralimentatie beperkt tot de helft van de duur van het huwelijk. Er geldt een maximumduur van vijf jaar. Op deze duur zijn twee uitzonderingen. De eerste uitzondering betreft langdurige huwelijken. De tweede uitzondering betreft huwelijken met jonge kinderen.

Bij huwelijken, die langer dan 15 jaar hebben geduurd, geldt een maximale duur van de partneralimentatie van tien jaar als de alimentatiegerechtigde maximaal tien jaar jonger is dan de AOW-leeftijd. Deze regeling geldt gedurende zeven jaar ook voor alimentatiegerechtigden van 50 jaar en ouder, mits het huwelijk langer dan 15 jaar heeft geduurd.

Zijn er kinderen jonger dan 12 jaar betrokken bij de echtscheiding dan bedraagt de duur van de partneralimentatie maximaal 12 jaar.