Eindejaarstips eigen woning

Controleer uw hypotheek
Gezien de lage rente die u krijgt op uw spaartegoed kan het aantrekkelijk zijn om (extra) af te lossen op uw hypotheekschulden. Hoewel de hypotheekrente nog steeds heel laag is, ligt deze toch een aantal procenten hoger dan de spaarrente. Boetevrije aflossing is vaak mogelijk tot 10 of zelfs 20% van de oorspronkelijke hoofdsom. Aflossing met spaargeld verlaagt bovendien het vermogen in box 3, waardoor u mogelijk minder belasting betaalt.

Tip! Overweeg om extra af te lossen op uw hypotheek.

Heeft u de rente in het verleden voor langere tijd vastgezet op een hoger niveau dan de huidige rente? Informeer bij uw bank naar de mogelijkheid van rentemiddeling of vraag eens wat het u kost aan boeterente om het contract open te breken en de rente op een lager niveau vast te zetten. Omdat er altijd een deel extra mag worden afgelost, kan dit voordelig zijn. De boeterente die u bij vervroegde aflossing moet betalen is aftrekbaar.

Tip! Oriënteer u ook eens bij andere geldverstrekkers dan uw huidige aanbieder. Ondanks de kosten van een nieuwe hypotheek kunt u voordeliger uit zijn door over te stappen. Denk eens aan uw eigen bv als geldverstrekker voor uw hypotheek.

Betaal hypotheekrente vooruit
Verwacht u in 2018 een veel lager inkomen in box 1 dan in 2017? Dan kan het aantrekkelijk zijn om de hypotheekrente van het eerste halfjaar van 2018 vooruit te betalen en in 2017 tegen een hoger belastingtarief in aftrek te brengen.

Heeft u een restschuld na verkoop van uw woning?
Blijft u na de verkoop van uw woning met een restschuld zitten, dan kunt u de rente op de restschuld maximaal 15 jaar in aftrek brengen. De restschuld moet zijn ontstaan tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017. Omdat deze regeling eindigt, kan het zinvol zijn de verkoop van uw woning voor het einde van het jaar af te ronden wanneer de waarde van de woning lager is dan de hoogte van uw schuld.

Is uw woning een monument?
Als uw woning is opgenomen in het rijksmonumentenregister kunt u de onderhoudskosten in aftrek brengen tot 80% daarvan. Aftrekbaar zijn de kosten om het pand in bruikbare staat te herstellen of te houden. De regeling staat ter discussie en wordt op termijn waarschijnlijk vervangen door een subsidieregeling.

Afschaffing aftrek geen of geringe eigenwoningschuld

Een fiscaal wetsvoorstel dat tot veel commotie leidt is de voorgenomen afschaffing van de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld. Deze regeling staat bekend als de wet Hillen of de Hillen-aftrek. De regeling houdt in dat geen bijtelling van het eigenwoningforfait plaatsvindt wanneer deze bijtelling niet gecompenseerd wordt door de in aftrek te brengen hypotheekrente. De regeling is in 2005 ingevoerd om aflossen op de eigenwoningschuld te stimuleren. Volgens het kabinet is deze regeling niet meer nodig omdat met ingang van 2013 voor nieuwe gevallen aflossing van de schuld een voorwaarde is voor aftrek van betaalde hypotheekrente. Het is de bedoeling dat de regeling met ingang van 1 januari 2019 in 30 jaar wordt afgebouwd.

De staatssecretaris van Financiën heeft de nota naar aanleiding van het verslag naar de Tweede Kamer gestuurd. In de nota wordt een groot aantal, vaak zeer gedetailleerde vragen beantwoord. Een van de vragen is of via het defiscaliseren, dus buiten de belastingheffing brengen, van de eigen woning niet hetzelfde effect kan worden bereikt als met de uitfasering van de wet Hillen. Dat is volgens de staatssecretaris het geval, met dien verstande dat defiscalisering van de eigen woning veel verder gaat. Het kabinet heeft daar niet voor gekozen.

Bron van inkomen
Vervolgens legt de staatssecretaris uit hoe het bronnenstelsel waarop de Wet IB 2001 is gebaseerd werkt en wat dat betekent voor de belastingheffing over de eigen woning. De inkomsten uit een bron van inkomen worden belast. Uitgaven voor de verwerving van inkomsten uit een bron zijn aftrekbaar. De eigen woning wordt in box 1 als een bron van inkomen aangemerkt. De inkomsten uit eigen woning bestaan uit het woongenot dat de woning oplevert. De omvang daarvan is gebaseerd op de economische huurwaarde van de woning. Omdat aan een eigen woning ook een bestedingsaspect verbonden is, wordt de economische huurwaarde verminderd. Ook is rekening gehouden met lasten zoals onderhoudskosten en afschrijvingen. De inkomsten uit de eigen woning worden forfaitair vastgesteld in de vorm van het eigenwoningforfait. Omdat de eigen woning een bron van inkomen is, zijn de kosten van verwerving – de rente over de eigenwoningschuld – aftrekbaar.

Doelgroep
De voorgenomen gefaseerde afschaffing van de regeling Hillen treft voor ongeveer 58% eigenwoningbezitters die de AOW-gerechtigde leeftijd hebben bereikt. Volgens de staatssecretaris wil dat niet zeggen dat de maatregel gericht is op ouderen. Door de met ingang van 1 januari 2013 geïntroduceerde aflossingseis zullen in de toekomst steeds meer jongere belastingplichtigen geconfronteerd worden met de beperking van de Hillen-aftrek. De staatssecretaris wijst er verder op dat voor eigenwoningschulden die zijn aangegaan vóór 2001 de renteaftrek eindigt per 1 januari 2031. Vanaf 2001 is de renteaftrektermijn gemaximeerd op 30 jaar.

Voortgang en inwerkingtreding
Als het wetsvoorstel niet in 2017 wordt aangenomen, wordt invoering per 1 januari 2019 lastig. De Belastingdienst kan de uitfasering van de regeling Hillen dan niet meer in de voorlopige aanslagregeling 2019 verwerken. Er zijn dan twee mogelijkheden. De eerste is uitstel van de inwerkingtreding met een jaar. Dat leidt tot een budgettaire derving die pas in 2049 zal zijn ingelopen. De tweede mogelijkheid is invoering per 1 januari 2019. In die situatie krijgen bijna 400.000 belastingplichtigen een te lage voorlopige aanslag 2019 opgelegd. Bij de definitieve aanslag zullen deze mensen moeten bijbetalen. Eerdere ervaringen hebben geleerd dat dit leidt tot maatschappelijke en politieke commotie. De staatssecretaris vindt beide scenario’s zeer onwenselijk.

Alternatief
Ten slotte wordt aandacht gevraagd voor de mogelijkheid om zowel de voordelen uit eigen woning als de aftrekbare kosten te belasten tegen het tarief van de eerste schijf. De staatssecretaris vindt het niet passen om inkomsten die tot dezelfde box behoren afhankelijk van de herkomst tegen een ander tarief te belasten.

Nota van wijziging afschaffing landbouwregeling

De staatssecretaris van Financiën heeft een nota van wijziging ingediend op het wetsvoorstel ter afschaffing van de landbouwregeling in de btw. In de nota wordt het in het wetsvoorstel opgenomen overgangsrecht versoepeld. Door de aanpassing hoeven landbouwers die de landbouwregeling toepassen niet al in het eerste kwartaal van 2018 het recht op aftrek uit de periode vóór 2018 te effectueren. In plaats daarvan krijgt de landbouwer het hele jaar 2018 de tijd om zijn recht op aftrek in één keer te effectueren. De landbouwer heeft de keuze in welk aangiftetijdvak van 2018 hij deze aftrek wil claimen. De voorwaarde, dat de landbouwer de btw die hem in rekening is gebracht bij de aanschaf van investeringsgoederen die op 1 januari 2018 bij hem in gebruik zijn voor de resterende herzieningsperiode in één keer in aftrek moet brengen, blijft bestaan. De landbouwer moet aannemelijk maken dat de investeringsgoederen voor de resterende herzieningsperiode door hem voor belaste handelingen gebruikt zullen worden.

Het recht op aftrek van voorbelasting via de herzieningsregeling geldt overigens ook voor goederen en diensten die de landbouwer voor 1 januari 2018 heeft aangeschaft, maar op 1 januari 2018 nog niet in gebruik heeft genomen. De landbouwer moet deze btw uiterlijk in aftrek brengen in de aangifte over het belastingtijdvak waarin hij de goederen en diensten in gebruik neemt.