Massaal bezwaar box 3-heffing 2018

De Belastingdienst verwacht dat veel mensen bezwaar zullen maken tegen de inkomstenbelastingheffing in box 3 voor het jaar 2018. De staatssecretaris van Financiën heeft daarom, mede gelet op de lopende massaalbezwaarprocedures over de belastingjaren tot en met 2017, besloten om deze bezwaarschriften ook aan te wijzen als massaal bezwaar. De aanwijzing betreft bezwaarschriften die de rechtsvraag bevatten of de vermogensrendementsheffing op regelniveau in strijd is met het in het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) opgenomen recht op ongestoord genot van eigendom of met het discriminatieverbod van dit verdrag.


In overleg met fiscale intermediairs zal een aantal bezwaarschriften worden geselecteerd voor behandeling door de belastingrechter.


Als een bezwaarschrift naast de hiervoor genoemde rechtsvraag andere geschilpunten omvat die geen betrekking hebben op de box 3-heffing, dan doet de inspecteur het bezwaar op die punten individueel af. Als in een bezwaarschrift zowel het standpunt wordt ingenomen dat de box 3-heffing in strijd is met het EVRM op regelniveau als ook op individueel niveau, dan wordt het bezwaarschrift gesplitst in een deel dat wel en een deel dat niet meeloopt in de massaal bezwaarprocedure.

Toepassing verlaagd btw-tarief op digitale boeken en tijdschriften

Een wetsvoorstel om het verlaagde btw-tarief toe te passen op digitale boeken, kranten en tijdschriften is ter consultatie gepubliceerd. Toepassing van het verlaagde tarief gaat gelden voor het langs elektronische weg leveren of uitlenen van een boek, dagblad, weekblad, tijdschrift of andere ten minste driemaal per jaar periodiek verschijnende uitgaven. Door de wijziging wordt het verschil in behandeling voor de btw van fysieke en elektronische uitgaven opgeheven. De voorgestelde wetswijziging is mogelijk geworden door een recente aanpassing van de Europese btw-richtlijn.

Tot 16 mei kan op het voorstel worden gereageerd via deze link: https://www.internetconsultatie.nl/epubs.

Inspecteur mag bewijsstukken kosten verbouwing later opvragen

Tot de aftrekbare kosten van een eigen woning behoort de betaalde rente van de eigenwoningschuld. De eigenwoningschuld is het totaal van de schulden, die zijn aangegaan voor de aankoop, verbetering of onderhoud van de eigen woning, en verminderd met het bedrag van een eventuele eigenwoningreserve. Om een verhoging van de eigenwoningschuld in verband met verbetering en onderhoud mogelijk te maken moeten de kosten daarvan met schriftelijke bescheiden onderbouwd kunnen worden.

Hof Den Bosch oordeelde dat, hoewel de bewijslast voor de besteding van een verhoging van de hypothecaire geldlening op de belanghebbende rust, de inspecteur niet zes jaar na dato om bewijsstukken van het onderhoud en/of de verbetering van de eigen woning mag vragen. Volgens het hof verwerkt de inspecteur na een zekere periode het recht om bewijs ter vragen wanneer hij gedurende die periode de aangiften heeft gevolgd.

De Hoge Raad deelt de opvatting van het hof niet. Uit de tekst van de wet volgt niet dat de inspecteur bewijsstukken binnen zes jaren of binnen de navorderingstermijn moet opvragen. Dat wordt niet anders door de omstandigheid dat de inspecteur in andere jaren de aangiften heeft gevolgd, zolang hij niet de indruk heeft gewekt dat het volgen van de aangiften in andere jaren op een weloverwogen standpunt berustte.