Eindejaarstips omzetbelasting

Voorkom belastingrente door tijdig suppletieaangifte te doen
Ondernemers, die hun btw-aangifte over 2017 willen corrigeren of die een balanspost btw van 2017 willen aangeven, kunnen berekening van belastingrente voorkomen door dit vóór 1 april 2018 te doen. Voor een suppletieaangifte kunt u gebruik maken van een speciaal formulier op de website van de Belastingdienst. Bedragen van minder dan € 1.000 kunnen in de eerstvolgende reguliere aangifte omzetbelasting worden verwerkt.

Denk aan privégebruik
Bij de aangifte over het laatste kwartaal van 2017 moet u btw afdragen over het privégebruik van zaken die tot de onderneming behoren. Voor het privégebruik van de auto kunt u gebruikmaken van een forfaitaire regeling. U draagt dan 2,7% van de catalogusprijs van de auto af. In plaats van de forfaitaire regeling kunt u ervoor kiezen om btw te betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan voordeliger zijn.

Tip! Voor een auto die inclusief het jaar van ingebruikname vijf jaar in de onderneming is gebruikt, geldt een lager forfait van 1,5%. Heeft u bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht, dan mag u altijd uitgaan van het lagere forfait.

Denk aan de herziening aftrek voorbelasting
De btw op bedrijfsmiddelen komt in aftrek naar gelang van de mate waarin u de bedrijfsmiddelen voor btw-belaste prestaties gebruikt. Heeft u de btw op bedrijfsmiddelen in het verleden geheel of gedeeltelijk in aftrek gebracht, dan moet de aftrek worden herzien als de mate van gebruik voor belaste prestaties verandert. Voor onroerende zaken is de herzieningstermijn negen jaar volgend op het jaar waarin u de zaak bent gaan gebruiken. Voor roerende zaken waarop u afschrijft geldt een termijn van vier jaar volgend op het jaar van ingebruikname. Bent u een bedrijfsmiddel in 2017 meer gaan gebruiken voor vrijgestelde prestaties, dan moet u de herzienings-btw verwerken in de laatste aangifte van dit jaar. Heeft u door het veranderde gebruik in het verleden te weinig btw in aftrek gebracht, dan heeft u recht op teruggaaf van btw. Ook deze teruggaaf verwerkt u in de laatste aangifte van het jaar.

Vraag om teruggave van btw op dubieuze debiteuren
Met ingang van 2017 hoeft u voor teruggaaf van btw die u aan dubieuze debiteuren heeft berekend geen apart verzoek meer te doen. U kunt het bedrag van de teruggaaf in mindering brengen op de periodieke aangifte. Dat kan zodra duidelijk is dat de debiteur vermoedelijk niet meer zal betalen. Dat is in ieder geval een jaar na de vervaldatum van de factuur. In de eerste aangifte van 2018 kan de btw teruggevraagd worden van niet betaalde facturen van voor 2017. Mochten deze alsnog betaald worden, dan moet u de teruggevraagde btw afdragen. Heeft u zelf facturen van 2016 of ouder niet betaald, dan kan het zijn dat u de btw daarvan bij uw eerste aangifte van 2018 moet betalen aan de Belastingdienst.

Eindejaarstips werkgevers

Vergeet niet om WBSO aan te vragen
Voor speur- & ontwikkelingswerk (S&O) heeft u recht op een vermindering van de afdracht van loonheffingen. Deze WBSO bedraagt in 2018 32% van het loon tot een loonbedrag van € 350.000 en 16% over het meerdere loon. Gaat u in 2018 S&O verrichten, vraag dan tijdig een S&O-verklaring aan bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. Uw aanvraag moet één kalendermaand voor de start van de werkzaamheden zijn ingediend. Per kalenderjaar mogen drie aanvragen worden ingediend.

Denk aan de bijtelling voor de auto van de zaak
Voor het privégebruik van een auto van de zaak moet een bijtelling bij het inkomen worden gedaan. De standaardbijtelling bedraagt sinds 2017 22% van de catalogusprijs van de auto. Voor auto’s die voor 2017 zijn aangeschaft of geleaset gelden andere percentages. Lagere bijtellingen gelden gedurende 60 maanden. Daarna geldt de standaardbijtelling.

Let op! Voor auto’s van vóór 2017 bedraagt de standaardbijtelling niet 22% maar 25%.

Controleer de rittenadministratie
Er hoeft geen bijtelling plaats te vinden als uw werknemer kan bewijzen dat hij op jaarbasis niet meer dan 500 km privé rijdt met de auto. Dat bewijs kan hij leveren met een sluitende rittenadministratie. U moet deze controleren en bij de loonadministratie bewaren. Klopt de rittenadministratie niet, dan moet u bijtellen!

Verklaring geen privégebruik
De bijtelling kan ook achterwege blijven als uw werknemer een verklaring aflegt bij de Belastingdienst dat hij de auto niet privé gebruikt en hij deze verklaring aan u overhandigt. Ook dan moet uw werknemer kunnen bewijzen dat hij op jaarbasis niet meer dan 500 km privé met de auto rijdt!

Let op! Het intrekken van een verklaring geen privégebruik in de loop van het jaar kan fiscale gevolgen hebben. De bijtelling geldt namelijk voor het gehele jaar indien een auto ter beschikking staat en moet dus gecorrigeerd worden om te voorkomen dat te weinig loonbelasting is betaald.

Benut de mogelijkheden van de werkkostenregeling
Uitgangspunt van de werkkostenregeling is dat vergoedingen en verstrekkingen aan werknemers loon vormen, ook als het gaat om kosten die 100% zakelijk zijn. Er is een vrije ruimte waarbinnen vergoedingen en verstrekkingen belastingvrij gegeven kunnen worden. De vrije ruimte bedraagt 1,2% van de fiscale loonsom. Is het totale bedrag aan vergoedingen en verstrekkingen aan uw werknemers hoger dan de vrije ruimte, dan moet u over het meerdere een zogenaamde eindheffing van 80% betalen. Het verdient daarom aanbeveling om de vrije ruimte goed in de gaten te houden.

Tip! Controleer of u de vrije ruimte volledig benut in 2017. Wijs eventueel extra vergoedingen aan die ten laste van de vrije ruimte komen. Houd daarbij wel rekening met vergoedingen en verstrekkingen die u nog voor de jaarwisseling gaat doen.

Bonussen en eindejaarsuitkeringen zijn doorgaans bruto. Ga eens na of u deze uitkeringen geheel of gedeeltelijk belastingvrij kunt doen, bijvoorbeeld in de vorm van een vergoeding voor reiskosten. Mogelijk hebt u nog een deel van de vrije ruimte over om bonussen belastingvrij uit te kunnen betalen.

Let op! Niet alle vergoedingen gaan ten laste van de vrije ruimte

Voor bepaalde vergoedingen en verstrekkingen gelden aparte vrijstellingen. Deze vrijstellingen komen niet ten laste van de vrije ruimte. Wanneer de vergoeding hoger is dan de daarvoor geldende norm, dan is het deel boven de norm belastbaar loon van de werknemer. Er zijn ook verstrekkingen die op nihil worden gewaardeerd. Daarvoor hoeft dus geen bedrag bij het loon geteld te worden.

Eindejaarstips voor ondernemingen

Optimaliseer investeringsaftrek
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) is een aftrekpost, bedoeld om de investeringen in bedrijfsmiddelen te stimuleren. De KIA bedraagt tot een bedrag van € 56.192 28% van het investeringsbedrag. Daarboven blijft de aftrek tot een investeringsbedrag van € 104.059 op het maximum van € 15.734, om daarna af te nemen. Vanaf een investeringstotaal van € 312.176 ontvangt u geen KIA meer. Door uw investeringen slim te plannen kunt u de KIA optimaliseren.

Let op! Er zijn bedrijfsmiddelen uitgezonderd van KIA.

Plan de verkoop van bedrijfsmiddelen
Bij de verkoop van bedrijfsmiddelen, waarvoor u eerder KIA hebt gehad, moet u een deel van het genoten voordeel terugbetalen wanneer de verkoop plaatsvindt binnen vijf jaar na het begin van het kalenderjaar van aanschaf.

Tip! Om een desinvesteringsbijtelling te voorkomen kan het zinvol zijn de verkoop uit te stellen tot na de jaarwisseling.

Extra investeringsaftrek
In aanvulling op de KIA heeft u mogelijk recht op energie-investeringsaftrek (EIA) of op milieu-investeringsaftrek (MIA). U heeft recht op EIA voor investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen. De EIA bedraagt 55% van het investeringsbedrag. Het maximale investeringsbedrag waarover aftrek wordt verleend bedraagt € 120 miljoen. U heeft recht op MIA voor investeringen in bedrijfsmiddelen die zijn opgenomen in de Milieulijst. Staat een bedrijfsmiddel dit jaar op de lijst en wilt u zeker zijn dat uw investering in aanmerking komt voor MIA, dan moet u nog dit jaar investeren.

Let op! U moet uw aanvragen voor EIA, MIA en Vamil binnen drie maanden na het aangaan van verplichtingen hebben ingediend bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.

Stel belastingheffing uit door een herinvesteringsreserve te vormen
Verkoopt u een bedrijfsmiddel voor een hogere prijs dan het bedrag waarvoor het in de boeken staat, dan moet u over het verschil belasting betalen. Dat kunt u uitstellen door het vormen van een herinvesteringsreserve. Voor de vorming en het bestaan van deze reserve is een voornemen tot herinvestering vereist. De reserve gebruikt u in beginsel als eerste afschrijving op de kostprijs van investeringen in andere bedrijfsmiddelen. Uiterlijk aan het einde van het derde jaar na het jaar van de verkoop moet u de reserve hebben benut. Doet u dat niet, dan moet u alsnog ineens belasting over de (resterende) reserve betalen. Een in 2014 gevormde reserve valt dus aan het einde van 2017 vrij. U kunt de vrijval en dus de belastingheffing ineens voorkomen door voor het einde van het jaar tot herinvestering over te gaan.

Tip! Leg uw herinvesteringsvoornemen nog voor de jaarwisseling vast.