Hoog tarief voor alcoholische dranken bij de maaltijd

In navolging van de rechtbank is ook het hof van oordeel dat het hoge tarief voor de omzetbelasting van toepassing is op alcoholhoudende dranken, die een restaurant serveert bij maaltijden. De restauranthouder had toepassing van het lage tarief bepleit omdat het serveren van alcoholhoudende dranken als bijkomende prestatie op zou gaan in de levering van de maaltijd als hoofdprestatie. Op maaltijden, die ter plaatse worden genuttigd, is het lage tarief van toepassing. Het verstrekken van alcoholhoudende dranken is geen bijkomende prestatie bij het verstrekken van maaltijden, maar een afzonderlijke dienst.

Eigenrisicodragerschap WGA

Werkgevers, die eigenrisicodrager willen zijn voor het WGA-risico, kunnen dat vanaf 1 januari 2017 alleen voor het totale risico, dus voor het WGA-risico van zowel vaste als flexibele krachten. Werkgevers, die voor 1 januari 2017 eigenrisicodrager waren voor het WGA-risico van hun vaste krachten en eigenrisicodrager wilden blijven, moesten een nieuwe garantie overleggen aan de Belastingdienst voor het totale WGA-risico. Deze garantie moest uiterlijk op 31 december 2016 bij de Belastingdienst binnen zijn. Verzekeraars hebben in een beperkt aantal gevallen geen nieuwe garantie aan de Belastingdienst afgegeven voor werkgevers die eigenrisicodrager wilden blijven, ondanks dat deze werkgevers op tijd hebben gevraagd om een nieuwe garantie. Deze werkgevers zijn door het niet op tijd afgeven van een garantie per 1 januari 2017 ongewild de publieke verzekering ingestroomd.

Volgens de wet is het niet mogelijk om binnen drie jaar na beëindiging van het eigenrisicodragerschap weer eigenrisicodrager te worden. Voor de werkgevers van wie het eigenrisicodragerschap ongewild is beëindigd, komt er eenmalig de mogelijkheid om al eerder dan na drie jaar weer eigenrisicodrager voor de WGA te worden, namelijk per 1 juli 2018. Dit zal via een nota van wijziging op de Verzamelwet SZW 2018 geregeld worden.

Import gebruikte auto

Voor de registratie van een auto in Nederland maakt het uit of de auto nieuw of gebruikt is. Bij de registratie van een gebruikte auto bedraagt de verschuldigde bpm minder doordat rekening wordt gehouden met afschrijving. De Hoge Raad heeft in enkele arresten bepaald dat voor het antwoord op de vraag of een auto nieuw of gebruikt is niet bepalend is dat de auto, voordat deze naar Nederland kwam, in het buitenland op kenteken is gezet. Volgens de Hoge Raad is een auto nieuw als deze na de vervaardiging niet of nauwelijks is gebruikt.

Hof Den Bosch is van oordeel dat een auto, waarmee ten tijde van de registratie in Nederland ruim 3.000 kilometer is gereden, in het algemeen niet meer als nieuw kan worden aangemerkt. Dat kan anders zijn bij een zogenaamde U-bocht constructie, waarbij belastingbesparing de doorslaggevende reden is geweest. De inspecteur voerde aan dat de belanghebbende in de procedure in Nederland een nieuwe auto had gekocht om die vervolgens in het buitenland te laten registreren en daar kilometers heeft laten maken om deze korte tijd later in Nederland als gebruikt te kunnen registreren. De bpm bedroeg volgens de aangifte € 15.067. De inspecteur berekende de verschuldigde bpm op een bedrag van € 24.185. Voor het verschil van € 9.118 heeft hij een naheffingsaanslag opgelegd.

Volgens het hof heeft de inspecteur het oogmerk van belastingbesparing als doorslaggevende reden niet aannemelijk gemaakt. Het enkele feit dat tussen de aankoop en de registratie in Nederland niet meer dan drie weken zijn verstreken, is daarvoor onvoldoende.