Kleindochter geen pleegkind van oma

De Wet op de inkomstenbelasting kent het begrip “pleegkind”, maar omvat geen nadere omschrijving van het begrip. Daarvoor wordt aangesloten bij de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Volgens de AKW is een pleegkind het kind (van een ander) dat als eigen kind wordt onderhouden en opgevoed. Om als pleegkind aangemerkt te worden moet voldaan zijn aan de onderhoudseis en aan de opvoedingseis.

Een grootmoeder claimde toepassing van de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de alleenstaande-ouderkorting in verband met haar inwonende kleindochter. In geschil was of de kleindochter als pleegkind kon worden aangemerkt. Niet in geschil was dat aan de opvoedingseis was voldaan. De discussie spitste zich toe op de onderhoudseis. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat aan die eis niet was voldaan. Bepalend daarvoor was dat een substantieel deel van de onderhoudskosten van de kleindochter werd gedekt door een pleegzorgvergoeding die grootmoeder had ontvangen. De ontvangen pleegzorgvergoeding bedroeg € 6.048, terwijl de totale kosten voor het levensonderhoud van de kleindochter volgens grootmoeder € 8.838 bedroegen. De kleindochter gold voor toepassing van de Wet IB niet als een pleegkind. Dat had tot gevolg dat grootmoeder geen recht had op de inkomensafhankelijke combinatiekorting en de alleenstaande-ouderkorting.

Forfaitaire rendementen en heffingvrij vermogen 2019

In een brief aan de Tweede Kamer heeft de staatssecretaris van Financiën de forfaitaire rendementen per vermogensschijf en de hoogte van het heffingvrij vermogen in box 3 voor 2019 bekend gemaakt. Het heffingvrije vermogen wordt volgens het indexatiemechanisme voor 2019 verhoogd naar € 30.360.

Rendement per vermogensschijf

 Van € 0 tot en met € 71.650

Van € 71.651 tot en met € 989.736

Meer dan € 989.736

Weging sparen

67%

21%

0%

Weging beleggen

33%

79%

100%

2017

2,87%

4,60%

5,39%

2018

2,02%

4,33%

5,38%

2019

1,94%

4,45%

5,60%

Met ingang van 2018 wordt voor de bepaling van het forfaitaire rendement op sparen beter aangesloten bij het actuele rendement. Het spaarrendement wordt vastgesteld aan de hand van de meest recente beschikbare periode van twaalf maanden. Dat is de periode van juli in het jaar (t-2) tot en met juni van het jaar (t-1). Het forfaitaire rendement voor sparen voor 2019 is vastgesteld op 0,13%.

Het forfaitaire rendement voor beleggen is het gewogen gemiddelde van het langetermijnrendement van het voorgaande jaar en het jaarrendement van het daaraan voorafgaande jaar. Het langetermijnrendement van het voorgaande jaar telt mee voor 14/15e deel en het jaarrendement voor 1/15e deel. Door de stijging van de huizenprijzen en van de aandelenkoersen komt het rendement voor beleggingen voor 2019 uit op 5,60%.

Internetconsultatie vernieuwing verdragsbeleid

Het ministerie van Financiën is een internetconsultatie gestart ter voorbereiding op een vernieuwing van het verdragsbeleid. In dat kader is ook een lijst van laagbelastende landen opgesteld. De vernieuwing van het verdragsbeleid past binnen de maatregelen om belastingontwijking- en ontduiking tegen te gaan. Tegelijkertijd moet Nederland aantrekkelijk blijven voor het bedrijfsleven.

Nederlandse lijst
De lijst met laagbelastende landen bevat landen zonder winstbelasting of met een tarief van minder dan 7%. Nederland is van plan om Anguilla, de Bahama’s, Bahrein, Bermuda, de Britse Maagdeneilanden, Guernsey, Isle of Man, Jersey, de Kaaimaneilanden, Koeweit, Palau, Qatar, Saudi-Arabië, de Turks- en Caicoseilanden, Vanuatu en de Verenigde Arabische Emiraten op die lijst te plaatsen. De consultatie geeft betrokkenen de kans om hun kennis over de belastingsystemen van andere landen door te geven voordat de lijst definitief wordt vastgesteld. Dit moet voorkomen dat landen ten onrechte wel of niet op de lijst worden opgenomen. Na 2019 zal de lijst jaarlijks worden geactualiseerd. De lijst zal daarnaast worden gebruikt bij de invoering van de in het Belastingplan 2019 voorgestelde conditionele bronbelasting op dividenden en op interest en royalty’s. Deze laatste zal niet eerder ingaan dan per 1 januari 2021.

Verdragsbeleid
Het huidige verdragsbeleid is aan vernieuwing toe. Het kabinet wil dat verdragen goed aansluiten bij maatregelen die zijn voorgesteld om belastingontwijking tegen te gaan. Dit speelt met name bij belastingverdragen met landen op de lijst van laagbelastende landen.  Ook de heffingsverdeling tussen Nederland en ontwikkelingslanden is toe aan vernieuwing, aan de hand van een nieuw VN-Modelverdrag. Het ministerie van Financiën wil niet alleen reacties op deze onderdelen maar staat ook open voor reacties over andere zaken rondom het verdragsbeleid.