Teruggave overdrachtsbelasting

Bij de levering van onroerende zaken moet overdrachtsbelasting worden betaald. Op verzoek kan een teruggaaf van betaalde overdrachtsbelasting worden verleend, wanneer door de werking van een ontbindende voorwaarde de oude situatie zowel juridisch als feitelijk wordt hersteld.

Een akte van levering bevatte een ontbindende voorwaarde. In de akte was verder opgenomen, dat de koper een bedrag per maand zou betalen aan de verkoper als voorschot op de koopsom. Dat vooruitbetaalde bedrag zou niet worden terugbetaald als de ontbindende voorwaarde zich zou voordoen. Als de ontbindende voorwaarde zich niet zou voordoen, zou het vooruitbetaalde bedrag worden verrekend met de verschuldigde koopsom. Door het intreden van de ontbindende voorwaarde is de eigendom van de onroerende zaak weer bij de verkoper komen te berusten. De inspecteur weigerde de teruggaaf van overdrachtsbelasting omdat niet het vereiste volledige herstel van de oude toestand was ingetreden.

Hof Arnhem-Leeuwarden is van oordeel dat de inspecteur het verzoek om teruggaaf had moeten honoreren. Volgens het hof is de toestand van voor de levering zowel feitelijk als juridisch hersteld door de vervulling van de ontbindende voorwaarde. De betaling van een bedrag per maand voor het geval de ontbindende voorwaarde zou intreden maakte volgens het hof geen deel uit van de tegenprestatie voor de levering, omdat deze betaling alleen verschuldigd was als de ontbindende voorwaarde zich voordeed.

Beleidsbesluit hybride geldverstrekkingen

De staatssecretaris van Financiën heeft een besluit met beleid voor de behandeling van hybride geldverstrekkingen in de vennootschaps- en dividendbelasting gepubliceerd. In beginsel wordt het verschil tussen eigen en vreemd vermogen bepaald door de civielrechtelijke vorm. Soms is de civielrechtelijke vorm van een geldverstrekking niet duidelijk omdat de verstrekking kenmerken van beide vormen bevat. Uitgangspunt is dat het bestaan van een terugbetalingsverplichting een wezenlijk kenmerk is van een lening. Een dergelijke verplichting heeft voorrang op de aanspraken van aandeelhouders.

Kapitaal
Geld dat niet voor een bepaalde looptijd maar permanent ter beschikking wordt gesteld is geen lening wanneer de geldverstrekker bij faillissement of ontbinding van de vennootschap geen nominaal recht heeft op aflossing, maar meedeelt met de aandeelhouders in de liquidatie-uitkering. De geldverstrekker deelt dan op gelijke wijze als aandeelhouders in de verliezen van de vennootschap. Dat heeft tot gevolg dat de vergoeding op dergelijke geldverstrekkingen voor de vennootschap niet aftrekbaar is van de winst. De staatssecretaris heeft goedgekeurd dat een als kapitaal aangemerkte permanente geldverstrekking op verzoek onder de deelnemingsvrijstelling kan worden gebracht. Over de vergoeding die wordt betaald op als kapitaal aangemerkte permanente geldverstrekkingen hoeft geen dividendbelasting ingehouden te worden, omdat deze geldverstrekkingen niet vallen onder de in de wet aangewezen kapitaalsvormen.

Lening
Een geldverstrekking met vaste looptijd, die schuldaansprakelijk is bij faillissement of ontbinding, heeft volgens het besluit wel de terugbetalingsverplichting die kenmerkend is voor een lening. Het recht op aflossing na bepaalde tijd is daarvoor doorslaggevend. De daarnaast bestaande schuldaansprakelijkheid doet daar niet aan af. Wanneer de looptijd zodanig lang is dat de geldverstrekking als kapitaal wordt aangemerkt, zoals bij de deelnemerschapslening, kan dat anders zijn. Een deelnemerschapslening is een lening met een vaste looptijd van meer dan 50 jaar, die is achtergesteld bij alle crediteuren en waarvan de vergoeding winstafhankelijk is.

Er is een wettelijke regeling voor de samenloop van de deelnemerschapslening en de deelnemingsvrijstelling en de dividendbelasting. Onder bepaalde voorwaarden geldt de deelnemingsvrijstelling voor de geldverstrekker en is over de opbrengst dividendbelasting verschuldigd.

Algemeen overleg Belastingdienst

De staatssecretaris van Financiën heeft in een brief aan de Tweede Kamer gereageerd op een aantal onderwerpen dat in het Algemeen overleg over de Belastingdienst is besproken. Een van de besproken onderwerpen is de Berichtenbox en dan met name het controleren of berichten zijn geopend, de mogelijkheid om post alleen digitaal te ontvangen en de bewaartermijn van berichten in de Berichtenbox.

Monitoring van berichten
Van alle berichten in de Berichtenbox wordt bijgehouden of zij worden geopend. Op het niveau van de organisaties die zijn aangesloten bij MijnOverheid wordt niet gecontroleerd of berichten geopend worden.

Alleen digitale post
Op dit moment is het niet mogelijk alleen digitale berichten te ontvangen. De staatssecretaris heeft toegezegd te onderzoeken wat er nodig is om dit mogelijk te maken en hoe de verwerking van die keuze in de systemen van de Belastingdienst vorm kan worden gegeven. In de volgende halfjaarsrapportage zal de staatssecretaris ingaan op de voortgang.

Bewaartermijn berichten
De Belastingdienst gebruikt de Berichtenbox van MijnOverheid als digitale brievenbus voor het bekendmaken van formele berichten zoals beschikkingen en aanslagen. De bewaartermijn van deze berichten is onbeperkt. Zolang een belastingplichtige zijn Berichtenbox niet leegt, blijven berichten behouden. Op de eigen portalen van de Belastingdienst, zoals Mijnbelastingdienst en MijnToeslagen, vinden belanghebbenden actuele informatie over hun belasting- en toeslagzaken en de berichten die zij daarover van de Belastingdienst hebben ontvangen. Berichten blijven op deze portalen in elk geval beschikbaar zolang bezwaar, beroep, navordering of andere procedures mogelijk zijn, dus in ieder geval vijf jaar. De belastingplichtige die langer wil kunnen beschikken over kopieën van zijn aangiften en aanvragen kan deze downloaden en zelf archiveren. De Belastingdienst onderzoekt hoe aangiften na vijf jaar oproepbaar kunnen worden gemaakt.

Pleegkinderen en partnerschap
Het Belastingplan 2018 bevat een aanpassing van het partnerbegrip voor de toeslagen en inkomstenbelasting. Pleegkinderen voor wie een pleegzorgvergoeding is ontvangen worden daardoor uitgezonderd van het partnerschap. Deze tegemoetkoming wordt met terugwerkende kracht ingevoerd vanaf 2017. De aanvrager en het pleegkind moeten zelf een verzoek indienen bij de Belastingdienst om het pleegkind niet aan te merken als partner.