Belastingdienst en AVG

Op 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) in werking getreden. Al snel werd duidelijk dat de Belastingdienst niet kon voldoen aan de door de AVG gestelde eisen met betrekking tot persoonsgegevens. In een brief aan de Tweede Kamer rapporteert de staatssecretaris van Financiën over de stand van zaken binnen de Belastingdienst met betrekking tot de AVG.

Inmiddels heeft de Belastingdienst de nodige maatregelen getroffen om te voldoen aan de AVG. Het is echter nog niet gelukt om alle verouderde gegevens te verwijderen. Daar zijn twee oorzaken voor aan te wijzen. Voor een aantal oude systemen zijn ingrijpende aanpassingen nodig om verouderde gegevens op basis van de AVG-normen te kunnen verwijderen. Dat is op korte termijn niet mogelijk. Daarnaast dienen alle digitale documenten op basis van de inhoud beoordeeld te worden op de aanwezigheid van persoonsgegevens, aangezien de bestandsnaam of het bestandsformaat niets zegt over de inhoud van een bestand. De verouderde documenten worden in een datakluis geplaatst. De persoonsgegevens zijn niet langer toegankelijk voor medewerkers van de Belastingdienst, maar alleen voor de aangewezen beheerders.

Op de website van de Belastingdienst staat een privacyverklaring. De privacyverklaring geeft informatie over de persoonsgegevens die de Belastingdienst verwerkt van burgers, bedrijven en eigen personeel, waar die gegevens vandaan komen en aan wie ze eventueel geleverd worden. Een samenvatting van het register van verwerkingen is gepubliceerd als bijlage bij de privacyverklaring.

De Belastingdienst heeft maatregelen genomen om het intern oneigenlijk delen van gegevens te voorkomen.

Datum einde arbeidscontract

Volgens het Burgerlijk Wetboek geschiedt opzegging van een arbeidsovereenkomst tegen het einde van de maand. Bij schriftelijke overeenkomst kan daarvoor een andere dag worden aangewezen. Bij opzegging dient de werkgever een opzegtermijn in acht te nemen. De lengte van de opzegtermijn is afhankelijk van de duur van de arbeidsovereenkomst op de dag van opzegging. De opzegtermijn wordt verkort met de duur van de behandeling van het verzoek om toestemming door het UWV. De opzegtermijn kan daardoor niet korten worden dan een maand.

In een procedure voor Hof Arnhem-Leeuwarden was in geschil op welke dag een arbeidsovereenkomst eindigt wanneer is opgezegd per de eerste dag van de maand. De vraag was of de arbeidsovereenkomst was geëindigd op de laatste dag van de voorafgaande maand of op de eerste dag van de maand. Het hof vond het woord “per” niet duidelijk. Een indiensttreding per de eerste dag van de maand houdt volgens het hof in dat de arbeidsovereenkomst op die dag begint. Dat betekent volgens het hof dat uitdiensttreding per de eerste dag van de maand dan ook zou moeten inhouden dat de arbeidsovereenkomst op die dag eindigt en niet al de dag ervoor.

Het hof vond dat door toedoen van de werkgever een onduidelijke situatie is ontstaan. Die onduidelijkheid kwam voor rekening van de werkgever. Hoewel het belang van een dag eerder of later meestal niet heel groot is, was het in deze procedure doorslaggevend voor het antwoord op de vraag of de werkneemster haar verzoekschrift bij de rechtbank tijdig had ingediend.

Wet arbeidsmarkt in balans

De Eerste Kamer heeft de wet Arbeidsmarkt in balans (Wab) aangenomen. Deze wet verkleint de verschillen in kosten en risico’s tussen vast werk en flexwerk. De wet moet het voor werkgevers aantrekkelijker maken om werknemers sneller een vast contract te geven. Het grootste deel van de maatregelen gaat per 1 januari 2020 in.

WW-premie

De sectorpremie voor de WW vervalt en de sectorfondsen worden afgeschaft met de invoering van de Wab. Voor vaste contracten geldt met ingang van 2020 een lage premie. Voor tijdelijke contracten geldt een hogere premie. Het verschil tussen de hoge en de lage WW-premie bedraagt 5 procentpunten. Op de loonstrook van de werknemer moet worden vermeld of zijn contract vast of tijdelijk is.

Ketenregeling

De ketenregeling houdt in dat maximaal drie elkaar opvolgende tijdelijke arbeidsovereenkomsten binnen een zekere periode mogen worden aangegaan zonder dat een vast contract ontstaat. Bij de invoering van de Wet werk en zekerheid is deze periode verkort van drie naar twee jaar. Deze wijziging wordt met de nieuwe wet teruggedraaid.

Cumulatie van ontslaggronden

Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek bevat een uitputtende lijst van redelijke gronden, die ieder voor zich aanleiding kunnen vormen voor ontslag. Daar wordt een cumulatiegrond aan toegevoegd. Wanneer meerdere individuele ontslaggronden niet volstaan, kan de rechter op basis van een combinatie van twee of meer ontslaggronden toch de arbeidsovereenkomst ontbinden.

Oproepovereenkomst

Er is sprake van een oproepovereenkomst als de omvang van de arbeid niet is vastgelegd in een aantal uren per tijdseenheid en de werknemer geen recht heeft op loon als hij geen arbeid verricht. Bij een oproepovereenkomst moet de werknemer ten minste vier dagen van tevoren worden opgeroepen door de werkgever. Wordt een gedane oproep binnen vier dagen ingetrokken, dan behoudt de oproepkracht recht op loon over de opgeroepen periode. Zodra de oproepovereenkomst een jaar geduurd heeft, moet de werkgever de oproepkracht een aanbod doen voor een contract voor het aantal uur dat hij in dat jaar gemiddeld heeft gewerkt.

Transitievergoeding

Werknemers hebben momenteel recht op een transitievergoeding wanneer zij twee jaar in dienst zijn en de arbeidsovereenkomst eindigt op initiatief van de werkgever. Met invoering van de Wab hebben werknemers vanaf de datum van indiensttreding recht op een transitievergoeding. De transitievergoeding bedraagt 1/3e maandsalaris per gewerkt jaar, ongeacht de duur van het dienstverband.

Payrollwerknemers

Payrollwerknemers hebben per 2020 recht op dezelfde primaire en secundaire arbeidsvoorwaarden als gewone werknemers die hetzelfde werk doen.

Overig

De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een commissie ingesteld, die de gewenste inrichting van de arbeidsmarkt van de toekomst gaat onderzoeken. De commissie komt eind 2019 met haar aanbevelingen.

De minister komt nog voor de zomer met een brief over de uitwerking van nieuwe wetgeving voor zzp’ers. Deze wetgeving moet zorgen voor meer duidelijkheid over de positie van zelfstandigen en schijnzelfstandigheid tegengaan.