Aansprakelijkheid pand- en hypotheekhouders

In de Invorderingswet komt een bepaling die de aansprakelijkheid invoert voor pand- en hypotheekhouders en executanten. De aansprakelijkheid betreft de omzetbelasting die verschuldigd is bij de levering van een verpande of verhypothekeerde zaak of van een zaak waarop beslag is gelegd. Door de invoering van de aansprakelijkheid worden deze leveringen materieel hetzelfde behandeld als leveringen die onder de verleggingsregeling in de omzetbelasting vallen. De aansprakelijkheid moet voorkomen dat de Belastingdienst achterblijft met een onverhaalbare omzetbelastingschuld op de ondernemer wiens zaak wordt geleverd.

Pand- of hypotheekhouders mogen zowel binnen als buiten faillissement de zaak namens de schuldenaar verkopen. Executanten kunnen een zaak door een gerechtsdeurwaarder laten verkopen en zich op de opbrengst verhalen. De opbrengst boeken zij af op de openstaande vordering. De opbrengst van een verkochte zaak omvat ook de omzetbelasting. Toepassing van de verleggingsregeling in de omzetbelasting biedt niet in alle gevallen een oplossing. Zo kan de verleggingsregeling niet worden toegepast bij leveringen aan niet-ondernemers of bij leveringen van roerende zaken op grond van een executoriale titel. De invoering van de nieuwe aansprakelijkheid voor pand- en hypotheekhouders en executanten moet dat probleem ondervangen. De aansprakelijkheid neemt de plicht om de omzetbelasting te betalen niet weg van de ondernemer wiens zaken worden geleverd. Pas wanneer hij niet betaalt mag de Belastingdienst de pand- of hypotheekhouder of executant aansprakelijk stellen voor het bedrag aan niet-betaalde omzetbelasting.

Definitie geneesmiddelen

Het verlaagde tarief in de btw is van toepassing op geneesmiddelen. Door een arrest van de Hoge Raad is duidelijk geworden dat de wettekst te ruim is. Volgens het arrest vallen ook fluoride tandpasta en zonnebrandcrème onder het lage tarief. Dat is niet de bedoeling. Daarom wordt de definitie van geneesmiddel voor de btw aangepast. Het lage tarief geldt dan alleen nog voor producten, die na goedkeuring van de bevoegde autoriteiten als geneesmiddel in de handel mogen worden gebracht. Bepalend is of een handelsvergunning is afgegeven.

In de Memorie van Toelichting wordt ingegaan op de vraag of geneesmiddelen met een handelsvergunning en producten zonder handelsvergunning soortgelijke producten zijn. Dat zou ertoe leiden dat zij vanwege het beginsel van fiscale neutraliteit voor de btw gelijk behandeld zouden moeten worden. Het kabinet denkt dat het hebben van een handelsvergunning en de bewezen werking van middelen met een handelsvergunning voldoende onderscheidend zijn om een verschil in toepassing van het btw-tarief te rechtvaardigen.

Multiplier giftenaftrek

Sinds 2012 worden giften aan culturele instellingen voor de bepaling van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting en de vennootschapsbelasting verhoogd door vermenigvuldiging met een bepaalde factor. Het doel van deze regeling is om giften aan culturele instellingen te stimuleren. De regeling was tijdelijk bedoeld en zou eindigen per 1 januari 2018. In januari 2017 is de regeling geëvalueerd. De conclusies die aan de evaluatie verbonden worden zijn voorbehouden aan het volgende kabinet. Dat moet besluiten of de regeling al dan niet wordt voortgezet. Om het nieuwe kabinet niet voor de voeten te lopen wordt voorgesteld om de regeling een jaar te verlengen.