Subsidie samenwerken in veenweiden en overgangsgebieden N2000

De minister voor Natuur en Stikstof heeft onlangs de subsidieregeling ‘Samenwerking in veenweiden en overgangsgebieden N2000’ gepubliceerd. Deze subsidie is bedoeld voor samenwerkingsverbanden van melkveehouders die de CO2-uitstoot in veenweidegebieden of de ammoniakemissie in en rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden willen verminderen. De verwachting is dat de subsidieregeling in mei 2024 opengesteld wordt, maar door de regeling nu al bekend te maken hebben (nieuwe) samenwerkingsverbanden meer tijd om zich voor te bereiden.

Samenwerkingsverband

De subsidie is bedoeld voor samenwerkingsverbanden, die uit ten minste twee partijen bestaan, waarvan minimaal een landbouwer samen met ten minste een andere landbouwer, grondeigenaar, landbouworganisatie, collectief, natuur- en landschapsorganisatie of een andere natuurlijke of rechtspersoon, met uitzondering van overheden. De percelen waarop het samenwerkingsverband zich richt moeten voor meer dan 50% binnen het veenweidegebied of overgangsgebied N2000 liggen.

Subsidie voor oprichten samenwerkingsverband en/of opstellen gebiedsplan

Er kan subsidie verkregen worden voor het oprichten van een nieuw samenwerkingsverband en het opstellen van een nieuw gebiedsplan in veenweidegebieden of in overgangsgebieden N2000 ten minste gericht op reductie van CO2-emissie in veenweidegebieden of reductie van ammoniakemissie in overgangsgebieden N2000 of veenweidegebieden. De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en is minimaal € 25.000 en maximaal € 40.000.

Verhogen grondwaterstand in veenweidegebieden

Door het verhogen van de grondwaterstand in percelen grasland kan de CO2-emissie gereduceerd worden. De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en is ten minste € 125.000.

Extensivering in overgangsgebieden N2000

Een samenwerkingsverband kan subsidie aanvragen voor een project gericht op het reduceren van de ammoniakemissie in overgangsgebieden N2000 door extensivering van melkveebedrijven. Een melkveebedrijf moet minimaal 80% grasland hebben en minimaal 70% van de dierexcretie moet afkomstig zijn van melk- en kalfkoeien. De gemiddelde dierexcretie op het bedrijf moet minimaal 50 kg stikstof per hectare bedragen. Het productie- en bemestingsvolume van het melkveehouderijbedrijf is maximaal 150 of 100 kg stikstof dierexcretie per ha per bedrijf waarbij het gebruik van stikstofhoudende kunstmest niet is toegestaan. Een lager productie- en bemestingsvolume levert meer punten op bij de rangschikking van de aanvragen. De subsidie bedraagt 100% van de subsidiabele kosten en is ten minste € 125.000.

Verdeling subsidieplafond

Het subsidieplafond wordt verdeeld op volgorde van rangschikking van de aanvragen. Aanvragen worden hoger gerangschikt naarmate de mate van effectiviteit, de haalbaarheid, de mate van efficiëntie en de mate van urgentie hoger zijn.

Bron:Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit | publicatie | 28-11-2023